Verdieping

Wat zegt wetenschappelijk onderzoek over kindertekeningen?

Leestijd: 8 minuten
13 October 2026
Miquel Moonen
Tekeninglezen | Interpretatie
Wat zegt wetenschappelijk onderzoek over kindertekeningen?

Kun je echt iets uit een kindertekening halen?

Wie zich verdiept in kindertekeningen komt al snel twee uitersten tegen. Aan de ene kant zijn er lijstjes waarin één kleur, vorm of plaats op het papier een vaste betekenis krijgt. Aan de andere kant wordt soms beweerd dat je eigenlijk helemaal niets uit een tekening kunt halen. Wetenschappelijk onderzoek laat een veel genuanceerder beeld zien.

Er is onderzoek gedaan naar tekenontwikkeling, emoties, grootte en kleur, gezinstekeningen, cultuur en omgeving, maar ook naar het gebruik van tekeningen in gesprekken en psychologisch onderzoek. De uitkomsten daarvan zijn niet allemaal hetzelfde. Om te begrijpen wat de wetenschap ons over tekeninglezen kan vertellen, moeten we daarom eerst kijken naar wat er daadwerkelijk onderzocht wordt.

Wat onderzoekt de wetenschap eigenlijk?

Onderzoekers hebben kindertekeningen vanuit heel verschillende vragen onderzocht. Hoe ontwikkelt het tekenen zich wanneer kinderen ouder worden? Kunnen emoties invloed hebben op kleur, grootte of andere tekenkeuzes? Verschillen tekeningen tussen culturen of leefomgevingen? En kunnen tekeningen helpen wanneer kinderen vertellen over hun ervaringen? Daarnaast is onderzocht of tekeningen gebruikt kunnen worden om bijvoorbeeld ontwikkeling, intelligentie of psychologisch functioneren te beoordelen.

Die onderzoeken beantwoorden niet allemaal dezelfde vraag. Een studie die laat zien dat kinderen bepaalde emoties grafisch kunnen uitdrukken, bewijst bijvoorbeeld nog niet dat een professional vanuit één spontane tekening betrouwbaar kan bepalen welke emotie een kind ervaart. Daarom is het belangrijk om bij uitspraken over 'wetenschappelijk onderzoek naar tekeningen' te kijken naar wat er precies onderzocht is.

Tekeningen veranderen met de ontwikkeling van een kind

Een van de duidelijkste redenen om leeftijd en ontwikkeling mee te nemen, is dat tekenen zelf zich ontwikkelt. Naarmate cognitieve, motorische en grafische vaardigheden groeien, verandert ook wat een kind op papier kan weergeven. Mensfiguren krijgen bijvoorbeeld geleidelijk meer onderdelen en verhoudingen, details en ruimtelijke organisatie kunnen veranderen. Onderzoekers waarschuwen daarom dat kennis van tekenontwikkeling nodig is om kenmerken niet ten onrechte psychologisch te interpreteren.

Dat betekent ook dat twee vergelijkbare tekenkenmerken bij kinderen van verschillende leeftijden iets anders kunnen vragen van degene die kijkt. Wat bij een jong kind heel gebruikelijk is binnen de tekenontwikkeling, kan bij een ouder kind juist opvallen. Leeftijd is daarbij geen eenvoudige meetlat: ervaring met tekenen, motorische ontwikkeling, opdracht en interesse spelen eveneens mee.

Ervaringen, omgeving en cultuur komen mee het papier op

Kinderen tekenen niet los van de wereld waarin ze opgroeien. Wat ze kennen, zien, belangrijk vinden en geleerd hebben beïnvloedt wat ze op papier zetten. Onderzoek vergelijkt daarom bijvoorbeeld tekeningen van kinderen uit verschillende culturele of educatieve omgevingen. Daarbij worden verschillen gevonden in wat kinderen tekenen en in de manier waarop zij onderwerpen weergeven.

Dat maakt omgeving en cultuur geen code waarmee je uit een tekening kunt aflezen waar iemand vandaan komt. Het laat juist zien waarom dezelfde tekenkenmerken niet overal vanzelfsprekend dezelfde betekenis hebben. Een interpretatie ontstaat altijd binnen de ontwikkeling, ervaringen en leefwereld van het kind.

Ook emoties kunnen invloed hebben op hoe kinderen tekenen

Een interessant onderzoeksgebied kijkt naar de manier waarop emotionele betekenis invloed kan hebben op grafische keuzes. Zo is onderzocht of kinderen figuren waarover zij positieve of negatieve gevoelens hebben anders van grootte weergeven. Sommige studies vonden significante verschillen, terwijl andere onderzoeken die resultaten niet of slechts onder bepaalde omstandigheden terugvonden.

Een recente review van onderzoek naar grootte en emotie tussen 1988 en 2023 laat precies die complexiteit zien. Er zijn aanwijzingen voor een relatie tussen de grootte van getekende onderwerpen en emotionele betekenis, maar instructies, individuele strategieën en andere factoren beïnvloeden het resultaat. Grootte kan dus relevante informatie bevatten, maar is geen simpele formule waarin 'groot' of 'klein' automatisch één emotie betekent.

Waarom één tekenkenmerk geen bewijs is

Dat onderzoek verbanden vindt tussen tekenkenmerken en bijvoorbeeld emoties, ervaringen of ontwikkeling, maakt een afzonderlijk kenmerk nog geen kant-en-klare vertaling. Wanneer een kind iets klein, groot, donker, ver weg of juist heel nadrukkelijk tekent, is die keuze onderdeel van de tekening en daarmee informatie over het kind. De vraag is alleen nog niet wat die keuze precies vertelt.

Een klein figuurtje kan bijvoorbeeld samenhangen met de betekenis van die persoon voor het kind, maar ook met ontwikkeling, de beschikbare ruimte, de opdracht of de manier waarop het kind de tekening heeft opgebouwd. Ook dat zijn geen betekenisloze verklaringen: ze vertellen iets over hoe deze tekening tot stand kwam. Daarom onderzoek ik niet óf een tekenkeuze betekenis heeft, maar welke betekenis binnen deze tekening en bij dit kind het meest aannemelijk wordt.

Betrouwbaarheid is niet hetzelfde als betekenis

In wetenschappelijk onderzoek wordt onderscheid gemaakt tussen betrouwbaarheid en validiteit. Betrouwbaarheid gaat bijvoorbeeld over de vraag of twee beoordelaars hetzelfde kenmerk in een tekening herkennen. Validiteit gaat een stap verder: meet of voorspelt dat kenmerk werkelijk wat we denken dat het meet? Een methode kan dus heel consequent worden toegepast zonder dat iedere betekenis die eraan wordt verbonden daarmee wetenschappelijk bewezen is.

Juist klassieke projectieve tekentests hebben op dit punt veel kritiek gekregen. Reviews naar menselijke-figuurtekeningen laten zien dat de wetenschappelijke ondersteuning voor veel diagnostische interpretaties beperkt is. Dat is een belangrijke grens: een tekening kan informatie opleveren, maar daarmee wordt zij nog geen betrouwbare zelfstandige psychologische test.

Een tekening kan een kind helpen vertellen

De waarde van tekenen zit niet alleen in wat uiteindelijk op het papier staat. Onderzoek laat ook zien dat tekenen kinderen kan helpen om tijdens een gesprek meer informatie naar voren te brengen. Dat maakt de tekening niet alleen een informatiebron voor degene die kijkt, maar ook een ingang waardoor een kind zelf kan vertellen.

Daarbij is het belangrijk dat het kind niet het gevoel krijgt dat zijn tekening door de volwassene wordt 'ontcijferd'. Binnen tekeninglezen zie ik tekenen juist als een soort geheimtaal waarin een kind zich vrij en veilig kan uitdrukken. Daarom vertel ik een kind niet welke betekenis ik in een tekenkeuze zie. Ik stel open vragen als 'Vertel eens over je tekening', 'Wat gebeurt hier?' of 'Wat zie ik?'. Zo blijft de regie bij het kind en kan het zelf vertellen wat het wil vertellen, zonder dat wij woorden, gevoelens of betekenissen voor hem invullen.

Van observatie naar hypothese

Bij Chaya Devas begint tekeninglezen met observeren. Wat staat er daadwerkelijk op het papier? Hoe zijn kleur, grootte, plaatsing, lijnvoering, symbolen en onderlinge verhoudingen gebruikt? Ook keuzes die een kind niet bewust maakt, ontstaan niet los van het kind. Ze kunnen iets vertellen over voorkeuren, ontwikkeling, ervaringen, beleving en de manier waarop het kind op dat moment uitdrukking geeft aan wat er vanbinnen en rondom hem speelt.

De uitdaging zit daarom niet in de vraag óf een keuze iets betekent, maar in wat zij betekent. Daarvoor verbind ik verschillende observaties en onderzoek ik mogelijke verklaringen. Past een interpretatie bij de leeftijd en tekenontwikkeling? Wordt zij ondersteund door andere onderdelen of eerdere tekeningen? Welke achtergrondinformatie is beschikbaar? Is het tekenproces gevolgd en weten we wat het kind tijdens het tekenen vertelde of deed? En wanneer er ruimte is om met het kind te praten, kan met open vragen aanvullende informatie worden verkregen. Niet al deze informatie is altijd beschikbaar; juist daarom blijft een interpretatie een hypothese die sterker of zwakker kan worden naarmate verschillende informatiebronnen elkaar ondersteunen.

Tekeninglezen is geen diagnostiek

Een tekeninglezing is niet bedoeld om een psychische stoornis, trauma, ontwikkelingsprobleem of andere diagnose vast te stellen. Daarvoor bestaan diagnostische processen waarin gekwalificeerde professionals meerdere informatiebronnen en gevalideerde instrumenten gebruiken. Tekeninglezen is geen vervanging voor een psycholoog, psychiater, arts of andere passende hulpverlening.

Dat betekent niet dat een tekening waardeloos wordt zodra er zorgen bestaan. Een tekening kan juist aanleiding geven tot een gesprek, een nieuwe vraag oproepen of aanvullende informatie geven. Wanneer daaruit serieuze zorgen over ontwikkeling, psychisch welzijn of veiligheid ontstaan, kan die informatie helpen om te bepalen dat verder kijken of passende professionele ondersteuning nodig is.

Waar wetenschap en tekeninglezen elkaar ontmoeten

Wetenschappelijk onderzoek ondersteunt niet iedere betekenis die in methodieken voor tekeninglezen wordt gebruikt. Tegelijkertijd laat onderzoek wel zien dat tekeningen samenhangen met ontwikkeling, beïnvloed kunnen worden door emotionele betekenis en omstandigheden en waardevol kunnen zijn als middel waarmee kinderen informatie en ervaringen uitdrukken. Dat geeft tekeningen een serieuze plaats als aanvullende informatiebron.

Voor mij zit de kracht daarom niet in de belofte dat één symbool met honderd procent zekerheid één betekenis heeft. Die zekerheid bestaat bij menselijk gedrag zelden. De waarde zit in zorgvuldig observeren, kennis gebruiken, patronen herkennen, mogelijke verbanden onderzoeken en die steeds toetsen aan andere informatie. Wetenschappelijk onderzoek kan daarbij helpen om onderscheid te maken tussen wat aannemelijk is, wat onderzocht is en waar we voorzichtig moeten blijven.

Dus... wat zegt wetenschappelijk onderzoek over tekeninglezen?

Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat wat kinderen tekenen en hoe zij dat doen samenhangt met onder andere ontwikkeling, ervaringen, emotionele betekenis, cultuur en omgeving. Ook blijkt tekenen waardevol te kunnen zijn om kinderen te helpen informatie en ervaringen naar voren te brengen. Een tekening ontstaat niet los van het kind dat haar maakt: bewuste én onbewuste keuzes dragen informatie met zich mee.

Waar onderzoek veel terughoudender over is, is de stap van zo'n observatie naar één zekere verklaring. Een kleur, formaat, symbool of plaats op het papier is geen diagnostische code met één vaste uitkomst. Juist daar ligt de waarde van zorgvuldig tekeninglezen: verschillende kenmerken met elkaar verbinden, kennis en onderzoek gebruiken, rekening houden met ontwikkeling en context en vervolgens toetsen wat bij dit specifieke kind past. Niet als vervanging van diagnostiek of hulpverlening, maar als een waardevolle extra manier om een kind te begrijpen.

Onderzoek & bronnen

Voor dit artikel heb ik gebruikgemaakt van wetenschappelijk onderzoek naar kindertekeningen, tekenontwikkeling, emotionele expressie en tekenen als hulpmiddel in gesprekken met kinderen. Hieronder vind je een selectie van de gebruikte onderzoeken.

  • Thomas, G. V. & Jolley, R. P. (1998) – Drawing conclusions: A re-examination of empirical and conceptual bases for psychological evaluation of children from their drawings.
  • Lilienfeld, S. O., Wood, J. M. & Garb, H. N. (2000) – The scientific status of projective techniques.
  • Malchiodi, C. A. e.a. – Onderzoek naar kindertekeningen en de relatie tussen grafische kenmerken, ontwikkeling en emotionele expressie.
  • Onderzoek naar grootte in kindertekeningen en de emotionele betekenis van het getekende onderwerp – review van studies uit 1988–2023.
  • Meta-analyse naar tekenen tijdens interviews met kinderen – onderzoek naar de invloed van tekenen op de hoeveelheid informatie die kinderen tijdens gesprekken naar voren brengen.
  • Onderzoek naar verschillen in planttekeningen van kinderen uit stedelijke en landelijke omgevingen – voorbeeld van de mogelijke invloed van omgeving en ervaring op wat kinderen tekenen.