Niet alleen wat, maar ook waar
Wanneer je naar een kindertekening kijkt, zie je waarschijnlijk als eerste wat er getekend is. Een huis, boom, mensfiguur of misschien een hele scène. Maar voor mij is minstens zo interessant waar al die onderdelen terecht zijn gekomen. Een kind heeft tenslotte een heel vel papier tot zijn beschikking en gebruikt maar een deel daarvan.
Dat gebeurt niet altijd bewust. Een kind denkt meestal niet: laat ik mezelf eens links onderaan tekenen omdat ik daarmee iets wil vertellen. Toch maken we tijdens het tekenen voortdurend keuzes over ruimte en plaats. Juist die bewuste én onbewuste keuzes maken de plaatsing op het papier interessant binnen tekeninglezen.
Het papier heeft verschillende gebieden
Binnen tekeninglezen kijken we naar verschillende gebieden van het papier. Links en rechts, boven en onder en het midden van het vel kunnen ieder andere informatie toevoegen. Heel algemeen kijken we bijvoorbeeld naar links in relatie tot onder andere het verleden, oorsprong en de meer naar binnen gerichte wereld. Rechts heeft juist meer verbinding met vooruit bewegen, de toekomst en de wereld buiten onszelf.
Ook de verticale richting is interessant. Boven op het papier komen we meer in het gebied van denken, ideeën, fantasie en het mentale. Lager op het papier komen we dichter bij de basis, het lichamelijke, veiligheid en stevigheid. Het midden vormt weer een gebied waarin iemand letterlijk meer centraal op het papier aanwezig is. Daarmee hebben we al behoorlijk wat informatie, maar nog lang geen interpretatie van een specifieke tekening.
Een plek krijgt betekenis door wat er staat
Stel dat een kind zichzelf helemaal links op het papier tekent. De positie links is dan interessant, maar ik wil meteen meer weten. Staat het kind daar alleen? Naar welke kant kijkt het figuurtje? Waar staan de andere personen? Hoeveel afstand zit ertussen? Is het figuurtje groot of klein? En is links op het papier verder leeg of staat daar juist nog veel meer?
Precies hetzelfde geldt wanneer een figuur heel hoog, laag of midden op het vel staat. De betekenis van het gebied geeft richting aan waar ik naar kijk. Wat er op die plaats gebeurt en hoe dat zich verhoudt tot de rest van de tekening bepaalt vervolgens welke interpretatie steeds aannemelijker wordt.
Hoeveel van het papier wordt eigenlijk gebruikt?
Niet alleen de exacte plaats van een element is interessant. Ook de hoeveelheid ruimte die iemand zichzelf geeft op het papier vertelt iets. Sommige tekeningen vullen bijna ieder hoekje van het vel. Andere nemen maar een klein stukje in beslag, met daaromheen een enorme hoeveelheid lege ruimte.
Daarbij kijk ik bijvoorbeeld naar hoeveel ruimte iemand inneemt en hoe de tekening zich over het beschikbare papier verspreidt. Maar ook hier werkt het niet als een simpele vertaalsleutel. Een kleine tekening betekent niet automatisch dat een kind zichzelf klein voelt. Leeftijd, tekenvaardigheid, opdracht, materiaal en de andere aspecten van de tekening kunnen allemaal invloed hebben. Wanneer verschillende kenmerken hetzelfde beeld ondersteunen, krijgt zo'n observatie veel meer gewicht.
Lege ruimte is óók onderdeel van de tekening
We zijn geneigd vooral te kijken naar wat iemand heeft getekend. Toch kijk ik ook naar wat er níét staat. Een grote lege ruimte tussen twee personen kan bijvoorbeeld interessant zijn. Net als een hele helft van het papier die nauwelijks gebruikt wordt, terwijl alle elementen zich aan de andere kant verzamelen.
Lege ruimte is daarmee niet simpelweg papier waar toevallig niets terechtkwam. De verdeling tussen gebruikte en ongebruikte ruimte maakt deel uit van de compositie. Soms ondersteunt die verdeling wat andere aspecten al laten zien. Soms lijkt ze daar juist helemaal niet bij te passen. En juist dat laatste kan een reden zijn om nog eens beter te kijken.
Afstand tussen mensen en voorwerpen
Plaatsing gaat bovendien niet alleen over de verhouding tot het vel, maar ook over de verhouding tussen elementen onderling. Twee figuren die bijna tegen elkaar aan staan, geven ruimtelijk een ander beeld dan twee figuren aan tegenovergestelde kanten van het papier.
Bij bijvoorbeeld gezinstekeningen kan die onderlinge afstand informatie geven over hoe nabijheid en relaties worden beleefd. Wie staat bij wie? Wie staat apart? Staat het kind zelf midden tussen anderen of juist ergens aan de rand? Ook hier spreken we over de beleving van de tekenaar. Een grote afstand op papier betekent niet automatisch dat twee mensen ook in werkelijkheid ver van elkaar af staan, maar kan wel iets vertellen over hoe het kind die nabijheid beleeft.
En wat als iets helemaal aan de rand staat?
Ook de randen van het papier trekken mijn aandacht. Een figuur die midden op het vel staat, neemt letterlijk een andere positie in dan een figuur die bijna van het papier af lijkt te verdwijnen. Soms worden onderdelen zelfs afgesneden door de rand of lijkt de tekening buiten het beschikbare papier verder te gaan.
Zo'n plaatsing kan iets toevoegen aan thema's als ruimte innemen, begrenzing, afstand of juist de behoefte om verder te gaan dan de beschikbare ruimte. Daarbij maakt het ook verschil of iets dicht bij de rand staat of daadwerkelijk door de rand wordt afgesneden. In dat laatste geval lijkt de voorstelling als het ware buiten het beschikbare papier door te lopen. Welke richting relevant is, hangt opnieuw af van wat er nog meer zichtbaar is. Een opvallende plaatsing vertelt me vooral: hier wil ik langer naar kijken.
Dezelfde plaats betekent niet hetzelfde verhaal
Kennis over de verschillende gebieden van het papier geeft richting, maar is geen vertaalsleutel. Een figuurtje linksboven heeft dus niet in iedere tekening dezelfde betekenis. Grootte, kleur, lijnvoering, symboliek en de andere elementen kunnen de eerste interpretatie versterken of juist een andere richting geven. De plaats vertelt mee, maar staat nooit los van wat er op die plaats gebeurt.
Probeer het zelf eens te zien
Pak eens een kindertekening en probeer eerst niet naar de betekenis van de getekende objecten te kijken. Stel je voor dat je alleen de verdeling over het papier ziet. Waar bevindt het grootste deel van de tekening zich? Wat gebeurt er links en rechts? Hoe wordt boven en onder gebruikt? Waar blijft ruimte over? En welke elementen staan opvallend dicht bij elkaar of juist ver uit elkaar?
Kijk daarna opnieuw naar wat er daadwerkelijk getekend is. Welke personen of voorwerpen staan op die verschillende plekken? Alleen die twee manieren van kijken na elkaar kunnen al laten zien hoeveel informatie je mist wanneer je uitsluitend kijkt naar wát een kind heeft getekend.
Dus... waarom is de plaats op het papier belangrijk?
Omdat een kind niet alleen kiest wat er op het papier verschijnt, maar ook waar het terechtkomt. Links, rechts, boven, onder, midden, randen, lege ruimte en de afstand tussen verschillende elementen kunnen allemaal informatie toevoegen over de manier waarop iemand zichzelf, anderen en zijn wereld beleeft.
De kennis over die gebieden geeft richting aan een tekeninglezing. Een figuurtje linksboven is dus niet zomaar een figuurtje linksboven: de plaatsing voegt informatie toe aan wat er getekend is. Juist daarom kijk ik niet alleen naar wat een kind op papier zet, maar ook naar waar het daarvoor ruimte maakt.