Hé... waar ben jij eigenlijk?
Je vraagt een kind om het gezin te tekenen. Papa staat erop. Mama ook. Een broertje, zusje en misschien zelfs de hond hebben allemaal een plek gekregen. Maar één persoon ontbreekt: het kind zelf. Dat valt op. Zeker wanneer de opdracht letterlijk was om het eigen gezin te tekenen, is het logisch dat je je afvraagt waarom het kind zichzelf niet op het papier heeft gezet.
Binnen tekeninglezen is iets wat ontbreekt óók informatie. We kijken niet alleen naar wat een kind tekent, maar ook naar wat we gezien de opdracht of de rest van de tekening misschien zouden verwachten en toch niet zien. Wanneer een kind zichzelf niet in een gezinstekening plaatst, is dat daarom een observatie waar ik aandacht aan besteed.
Afwezig zijn op papier kan iets vertellen
Een gezinstekening kan iets zichtbaar maken van de manier waarop een kind het gezin en zijn eigen plek daarin beleeft. Wie hoort erbij? Wie staat dicht bij wie? Welke personen krijgen veel ruimte? Wie staat meer op afstand? En waar plaatst het kind zichzelf tussen al die mensen?
Wanneer het kind zichzelf helemaal niet tekent, kan dat onder andere raken aan thema's als de eigen plek binnen het gezin, verbondenheid, erbij horen, afstand of ruimte innemen. Dat maakt de afwezigheid betekenisvol om verder te onderzoeken. Het betekent alleen nog niet dat we weten welk van die thema's daadwerkelijk speelt.
Eerst wil ik weten wat de opdracht was
Voordat ik betekenis geef aan het ontbreken van een kind, wil ik weten hoe de tekening tot stand kwam. Dat lijkt misschien een klein detail, maar het maakt nogal een verschil of een kind de opdracht kreeg: "Teken jouw gezin" of uit zichzelf besloot een paar familieleden te tekenen.
Ook kinderen interpreteren opdrachten op hun eigen manier. Misschien dacht het kind dat het alleen de andere gezinsleden moest tekenen. Misschien tekende het een situatie waar het zelf op dat moment niet bij was. Of misschien was het simpelweg nog niet klaar. De omstandigheden rondom het tekenen horen daarom net zo goed bij de informatie als wat uiteindelijk op het papier staat.
Wie staat er wél op?
Daarna wordt de rest van de gezinstekening interessant. Welke personen heeft het kind wel getekend? Zijn alle andere gezinsleden aanwezig? Ontbreekt alleen het kind zelf of ontbreken er meerdere mensen? Misschien staat een huisdier er juist opvallend prominent bij. Ook de keuze wie wel en niet onderdeel wordt van de tekening kan informatie toevoegen aan hoe het kind het gezin op dat moment beleeft.
Stel bijvoorbeeld dat een kind beide ouders en alle broers en zussen tekent, maar zichzelf weglaat. Dat geeft een ander totaalbeeld dan een tekening waarop alleen het kind en één ouder ontbreken omdat het kind een specifieke gebeurtenis met de overige gezinsleden heeft getekend. Dezelfde observatie — het kind staat er niet op — krijgt door de rest van de tekening een andere context.
Een gezinstekening gaat ook over verhoudingen
Bij een gezinstekening kijk ik sowieso naar veel meer dan alleen aanwezigheid. De onderlinge plaatsing van de personen is bijvoorbeeld interessant. Wie staat naast wie? Hoeveel ruimte zit ertussen? Zijn er groepjes? Staat iemand apart? Hoe groot zijn de verschillende personen ten opzichte van elkaar? Kijken ze naar elkaar, raken ze elkaar aan of lijken ze allemaal hun eigen kant op te gaan?
Ook de volgorde waarin personen zijn getekend kan interessant zijn. Wie verschijnt als eerste op papier en wie pas later? Samen met kleurgebruik, lijnvoering en details kan dat meer informatie geven over welke personen en relaties binnen de tekening aandacht krijgen.
Wat als het kind zichzelf wél tekent, maar apart?
Soms ontbreekt een kind niet letterlijk, maar valt zijn positie toch op. Het staat bijvoorbeeld helemaal aan de andere kant van het papier, buiten een groepje gezinsleden of veel kleiner dan de anderen. Ook dat kan informatie geven over de manier waarop het kind zijn eigen plek en de afstand tot anderen beleeft.
Daarbij geldt hetzelfde principe. Een grote afstand op papier betekent niet automatisch dat er in werkelijkheid ook afstand bestaat. De positie wordt vooral interessant wanneer ook andere kenmerken wijzen op afzondering, ruimte of verbinding.
De tekening laat de beleving van het kind zien
Dat onderscheid vind ik bij gezinstekeningen extra belangrijk. Een kind tekent niet noodzakelijk een objectieve plattegrond van hoe het gezin werkelijk functioneert. De tekening kan iets laten zien van hoe het kind die wereld beleeft. Dat zijn twee verschillende dingen.
Wanneer een kind zichzelf bijvoorbeeld buiten het gezin lijkt te plaatsen, betekent dat dus niet automatisch dat het gezin het kind buitensluit. Mogelijk ervaart het kind op dat moment afstand, zoekt het meer zijn eigen plek of speelt er iets heel anders. Juist omdat we naar de beleving van een mens kijken, wil ik voorzichtig zijn met de stap van wat ik op papier zie naar uitspraken over wat er in werkelijkheid gebeurt.
Vraag niet meteen: waarom heb je jezelf niet getekend?
Als iets in een tekening je zorgen baart, is de verleiding groot om meteen naar dat opvallende onderdeel te vragen. "Waarom sta jij er niet bij?" klinkt misschien heel logisch, maar daarmee leg je direct nadruk op iets waarvan je nog niet weet of het voor het kind zelf belangrijk is. Bovendien kan een waarom-vraag behoorlijk groot zijn. Misschien weet het kind het antwoord helemaal niet.
Je kunt veel opener beginnen. Vraag bijvoorbeeld: "Vertel eens over je tekening." Laat het kind aanwijzen wie er staan en wat er gebeurt. Je kunt verdergaan met vragen als: "En wie is dit?" of "Wat gebeurt hier?" Misschien vertelt het kind uit zichzelf waarom het niet op de tekening staat. Misschien ontdek je informatie waardoor je oorspronkelijke vraag ineens helemaal niet meer relevant is.
Wanneer wordt het interessanter om verder te kijken?
Eén gezinstekening waarin een kind zichzelf niet heeft getekend hoeft op zichzelf geen reden tot zorgen te zijn. Het wordt interessanter wanneer dezelfde observatie vaker terugkomt, wanneer meerdere aspecten binnen de tekening een vergelijkbaar thema laten zien of wanneer wat je op papier ziet aansluit bij veranderingen die je ook buiten de tekening opmerkt.
Dan kun je verschillende stukjes informatie naast elkaar leggen. Misschien zie je vaker afstand in gezinstekeningen. Misschien verandert de manier waarop het kind zichzelf tekent. Misschien spelen er thuis veranderingen zoals een scheiding, verhuizing, nieuw gezinslid of een andere situatie die invloed heeft op de plek die het kind ervaart. Zulke context kan helpen om beter te begrijpen waarom een bepaalde tekening juist op dit moment ontstaat.
Kijk eens verder dan degene die ontbreekt
Heb je een gezinstekening waarin iemand ontbreekt? Probeer dan niet meteen te verklaren waarom. Kijk eerst naar wat er wél staat. Wie zijn getekend? Waar staan ze? Wie staat dicht bij wie? Hoe groot zijn de figuren? Welke ruimte gebruiken ze? Wat gebeurt er tussen de personen? En wat voor gevoel geeft de tekening als geheel je?
Pas daarna kun je terugkeren naar degene die ontbreekt. Verandert je eerste gedachte nu je de rest beter hebt bekeken? Misschien is de afwezigheid nog steeds het meest opvallende onderdeel. Misschien heb je inmiddels iets heel anders ontdekt.
Dus... wat betekent het als een kind zichzelf niet tekent?
Wanneer een kind zichzelf niet opneemt in een gezinstekening, kan dat iets vertellen over de ervaren eigen plek binnen het gezin, verbondenheid, afstand, erbij horen of ruimte innemen. Zeker wanneer het kind volgens de opdracht onderdeel van de tekening zou zijn, is die afwezigheid een betekenisvolle observatie om verder te onderzoeken.
Welke betekenis daarbij past, vertelt de afwezigheid alleen nog niet. Daarvoor is het belangrijk om te kijken naar wie er wél op de tekening staan, welke plek zij krijgen, hoe de tekening tot stand kwam en wat er op dat moment in het leven van het kind speelt. Soms blijkt het ontbreken van het kind uiteindelijk heel verklaarbaar. Soms blijft juist die lege plek opvallend. En soms vertelt wie niet op het papier staat net zoveel als wie er wel staat.